Abdij Orval

Nieuwjaarsblog 2017

In de eerste week van januari ga ik graag op retraite. De drukte van de feestdagen is dan achter de rug. Het nieuwe jaar ligt open met al zijn mogelijkheden. Een goed moment om terug te denken en vooral: vooruit te kijken. Dit jaar ben ik in de trappistenabdij van Orval, diep verscholen in de Belgische Ardennen. Het is de tweede keer dat ik hier ben. Ik hou van deze abdij. Het is hier stiller dan in andere die ik ken. Niet alleen door de afgelegen ligging, maar ook omdat de monniken de stilte overal in acht nemen. Die stilte is tastbaar, tot in de eetzaal aan toe waar in stilte met zachte kerkmuziek op de achtergrond wordt gegegeten, zeer sober maar met een fles Orval bier. Genieten kan heel goed in eenvoud en stilte!

“Gelukkig de ziel die zo stil is dat ze het ritselen van de stem van God kan horen. Steeds herhaalt ze met de jonge Samuel: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’. – St. Bernard”. Dit is het motto van de abdij.

In de stilte van mijn kloostercel denk ik aan het werk van De Spil en ben ik dankbaar voor weer een jaar waarin we honderden gasten mochten ontvangen. Elke keer weer zijn we verwonderd over wat God doet, in de stilte van de kapel of door de liefdevolle gastvrijheid die we aanbieden. Mensen vragen me weleens waarom we bij De Spil de dingen doen zoals we ze doen. Het doet me denken aan een uitspraak van St. Franciscus: “Ga heen en verspreid het Evangelie op alle mogelijke manieren…”, waarna hij toevoegt: “… desnoods met woorden”.

We staan met De Spil voor een paar grote uitdagingen in 2017. Eén daarvan is de fondsenwerving. Het werk van De Spil wordt grotendeels gedragen door vrijwilligers, maar er zijn wel kosten die opgebracht moeten worden. En hoewel een verblijf in De Spil niet goedkoop is, liggen de prijzen toch zo’n 40% onder de kostprijs. We hopen in 2017 extra inspanningen te plegen om meer donateurs te werven, mensen die het werk van De Spil willen meedragen. Helpt u mee?

Een andere uitdaging is die van de huisvesting. De zusters zijn vertrokken en de priorij is verkocht. Terwijl de procedures voor herontwikkeling van het landgoed zijn loop nemen kunnen wij nog enige tijd blijven. In elk geval in 2017. Daarna is alles onzeker. Als leiderschapsteam van De Spil zijn we natuurlijk druk om een andere plek te vinden. We zijn met elkaar zoekend naar wat goed is voor De Spil, daarbij luisterend naar wat Gods stem ons te zeggen heeft. Bid u mee?

Terwijl ik in mijn kloostercel hierover zit te mijmeren dwalen mijn gedachten naar een recente conversatie met een bevriende leider van de Northumbria Community, een zustergemeenschap van De Spil in noord-Engeland. We vroegen ons af wat de geestelijke betekenis is van plekken van geloof en liefde in een maatschappij waarin de liefdeloosheid hand over hand toeneemt en waar het geloof in Christus steeds minder gevonden wordt. Het hoeft geen verbazing te wekken, zeiden we, dat in het maatschappelijk en persoonlijk leven steeds meer de wrange vruchten worden geplukt van ideologiën die het toejuichen dat de mens allereerst zijn eigenbelang nastreeft, en die onderlinge wedijver zien als het belangrijkste kenmerk van menselijk relaties. Hoe haaks staat dit op wat Jezus ons leerde: Heb God Lief Boven Alles En Je Naaste Als Jezelf. In onze dialoog viel de term ‘sanctuaries of humanity’, vluchtheuvels van medemenselijkheid in een wereld die doordraait. Dat willen we zijn als Spil, of misschien beter: het komt steeds meer aan het licht dat we dat zijn.

Ik zit te lezen in mijn kloostercel. “Stilte is de taal van het geloof…,” schrijft Christian Wiman in zijn boek ‘Mijn Heldere Afgrond’, “…en onze acties zijn er de vertaling van”. Mooi gezegd, in een mooi en uitdagend boek. Ons werk als vrijwilligers in De Spil als een vertaling van wat God ons in de stilte te zeggen heeft. Zo ben ik weer terug bij de stilte van deze prachtige abdij. Ik kijk uit het raam van mijn kloostercel en zie een felgekleurde regenboog over het kloostercomplex staan. Het lijkt wel het ‘ritselen’ van Gods stem.

Ben Lamoree,
ben@retraitecentrum.nl
4 januari 2017
www.orval.be

Share Button
blog

God is tegenwoordig, God is in ons midden

Het is het jaar 1080. In de bossen bij Aizier in Normandie worden bomen gekapt. Een kleine kapel wordt met stenen uit de omgeving gebouwd. De dag van de inwijding van het kapelletje is aangebroken. Daar komt iemand strompelend op krukken aan. Verderop lopen twee vrouwen die elkaar vasthouden, hun handen omwonden met een verband. Bij de ingang wordt ruimte gemaakt voor iemand die kreunend op een draagbaar ligt. De klok luidt, liederen klinken, gebeden stijgen op naar de hemel. Een dag van grote vreugde!

Op deze plaats leeft en woont 350 jaar lang een gemeenschap van mensen die lijden aan lepra. Buitengesloten door de samenleving, vormen ze hier een gemeenschap, waarvan het kapelletje –klein huis van God- het middelpunt vormt. Zoals in de kloosters, wijden de mensen met lepra hun leven aan het gebed, de dienst aan God en aan elkaar. De kerk biedt een liturgie, gericht op het leven van deze mensen, die vroeg of laat zullen sterven aan hun ziekte. Een liturgie waarin deze bemoedigende woorden voorkomen: ‘Dood voor de mensen, maar levend voor God’ en: ‘als je je lichaam niet kunt redden, red je ziel’.

Wij bezoeken deze bijzondere plek, en worden door middel van een rondwandeling uitgenodigd een grote stap terug te doen in de tijd, en ons het leven voor te stellen van een lepralijder. Wij kunnen aan een ratel draaien, om zo de mensen te waarschuwen dat we er aan komen. Een klok kan geluid worden, en er staan een paar mooie, gestileerde knielbanken. Een informatie paneel laat een schilderij uit de Middeleeuwen zien, waarop Jezus een man met lepra aanraakt. Een kernachtige uitleg van het evangelie staat ernaast, en zet ons aan het denken: waar ‘raken wij onze medemensen aan’ die buiten onze samenleving staan?

Stilte om ons heen, als we het kapelletje binnenlopen. Een gewijde ruimte, met echo´s uit een ver verleden. Deze plek nodigt uit tot een gebed en een lied: ‘Bless the Lord, my soul.’

Aizier, Chapelle Saint Thomas,
Emma Kraaijeveld

Share Button

‘A discerning life’

Veel van onze gasten zijn op zoek naar richting in hun leven. En niet alleen gasten, ook wij zelf als medewerkers vragen ons af: ‘Wat is wijsheid als het gaat om onze verblijfsplaats in het Koetshuis nu de zusters van de Emmauspriorij hebben aangegeven hun werk op deze prachtige plek niet te kunnen voortzetten?’ Wat betekent dat voor ons? Graag willen we bij onze zoektocht God betrekken. Maar hoe weet je nu zo zeker of een keuzerichting overeenstemt met Gods wil? Hoe is God betrokken bij je leven, bij de details van je bestaan? En bij ons bestaan als Spil-gemeenschap? Een vraag naar ‘discernment’ (Latijn: discretio), in het Nederlands het beste vertaald door geestelijke onderscheiding. Een vraag waarmee ik me de afgelopen maanden intensief heb beziggehouden in het praktisch theologisch onderzoek wat ik deed voor ons retraitehuis. In deze blog deel ik wat van mijn bevindingen.

Veel gelovigen hebben zich in de voorbije eeuwen gebogen over deze vraag. Ik vond in een Amerikaans onderzoek dat de hedendaagse opvattingen onder christenen in drie hoofdstromingen onderverdeeld kunnen worden. De verschillen tussen die opvattingen hangen samen met de onderliggende theologische opvattingen. Zo zijn er gelovigen die uitgaan van de ‘blauwdruk gedachte’: God heeft een gedetailleerd plan en het is zaak om dat te ontdekken. Dat vraagt tijd voor gebed om specifieke leiding. Er zijn ook gelovigen die ervan uitgaan dat God alles al heeft meegegeven in de Bijbel en in de mens zelf als Zijn Schepping. De mens kan zelf met gebruikmaking van Gods Woord, andere bronnen van wijsheid en zijn redenerend vermogen, voldoende sturing geven aan zijn bestaan. Tenslotte is er nog een stroming die uitgaat van Gods liefde voor Zijn mens. God die in een volwassen intieme relatie met hem optrekt in de dynamiek van het aardse bestaan. Richting voor besluiten worden geboren vanuit een diepgaande relatie met Christus.

Een van de gelovigen uit het verleden is bekend om zijn bijdrage aan dit vraagstuk: Ignatius van Loyola, een Spaanse edelman uit de 16e eeuw. Wat kunnen we van hem leren?

Ignatius was een vurig vrouwenaanbidder, hij leefde om te winnen. Een kanonskogel verbrijzelde zijn been en hij moest langdurig herstellen.  Tijdens zijn revalidatie vermaakte hij zich met het dagdromen over amoureuze heldendaden en – geheel tegen zijn zin – met boeken over het leven van Christus en van de heiligen. Daar ontdekte hij het verschil tussen bewegingen in zijn innerlijk: bewegingen van vreugde en troost ten opzichte van troosteloosheid. Ignatius moest een lange weg gaan van heiliging, zijn hang naar status was niet zomaar omgevormd.

Het boekje ‘Imitatio Christi’ van Thomas a Kempis was hem lief. Ignatius schreef tijdens zijn bekering en de worstelingen met zijn eigen gehechtheden, ‘Geestelijke Oefeningen’. Die Oefeningen hielpen hem zelf, op zijn zoektocht. Ze bevatten nauwkeurige richtlijnen voor ‘discernment’, geestelijke onderscheiding. Hij leerde te onderscheiden welke bewegingen in zijn innerlijk van Gods Geest kwamen en welke vanuit zichzelf of vanuit het kwaad. Het 16e-eeuwse boekje is bepaald geen leesboek. Het is bedoeld voor de begeleider die de oefeningen aanpast aan persoon die ze uitvoert. Zijn gedachtengoed is een grote bron van inspiratie voor wie God bij zijn besluiten wil betrekken. Het is niet eenvoudig, het gaat met ‘vallen en opstaan’, maar traint je in een levenslang proces van geestelijke groei waarin je meer en meer leert om je besluiten vanuit een diepgaande en liefdevolle betrokkenheid op God te leven. Ignatius ging geen gemakkelijke weg, een weg van volledige toewijding, van afhankelijkheid in navolging van Christus. Zijn bevindingen zijn al eeuwenlang een inspiratiebron voor mensen die ernaar verlangen het spoor van God te volgen.

Voor De Spil is zijn gedachtengoed een voedingsbron voor zoekers naar God en mensen die willen groeien in ‘a discerning life’. Zij kunnen daarvan proeven tijdens hun retraites. Maar ook als Spil-gemeenschap kunnen we geholpen worden door Ignatius’ richtlijnen in de keuzes die voor ons liggen.

Marianne Groen

Meer weten?
Stuur een mail naar: marianne@retraitecentrum.nl
Share Button
Sion

Bijzondere momenten

Heb je dat ook wel eens, dat je denkt “Hé, volgens mij ben ik getuige geweest van iets bijzonders…”?

Op vrijdag 1 januari was ik aanwezig bij de startviering van het Oecumenisch Klooster Nieuw Sion in Diepenveen, achter Deventer. In de weken daarvoor was in de pers het nieuws bekend gemaakt dat de broeders Cisterciënzers na 125 jaar biddende aanwezigheid hun Abdij Sion hebben verkocht aan een initiatiefgroep onder de naam ‘Nieuw Sion’. Het einde van een tijdperk, maar in meerdere opzichten ook een nieuw begin. Allereerst omdat de broeders naar Schiermonnikoog zijn vertrokken om daar een nieuw klooster te stichten. En omdat de abdij die zij achterlaten een nieuw en oecumenisch ‘klooster’ zal worden waarin de spiritualiteit van de broeders levend zal blijven.

Dat Nieuw Sion in de startblokken staat werd duidelijk op de middag van 1 januari. “Laten we beginnen met een viering!” dachten de initiatiefnemers en ze nodigden 100 betrokkenen uit die ook allemaal kwamen. Eerst was er een rondleiding door het enorme complex. Mooi om plekken te kunnen bezoeken waar tot voor kort alleen de monniken kwamen. Bijgaande foto is van de voormalige privékapel van de abt. Op andere plaatsen was te zien dat de broeders van het ene op het andere moment hun werk hadden onderbroken en waren vertrokken. De kalender met daarop de verhuisdatum aangekruist hing nog in de refter.

En daarna was er een viering. De eerste van Nieuw Sion. De abdijkerk zat onverwacht vol met mensen die graag bij de start van Nieuw Sion aanwezig wilden zijn. Het licht dat de abt bij zijn vertrek in de vorm van een brandende kaars had overgedragen aan de mensen van Nieuw Sion was aanwezig in de viering. Een prachtig symbool van overdracht én continuiteit.

Na afloop had ik dat gevoel: “Hé, volgens mij ben ik getuige geweest van iets bijzonders…”?

Soms heb ik dat gevoel ook wel eens voorafgaand aan een gebeurtenis, een gevoel van verwachting dat er iets bijzonders gaat gebeuren of aan het gebeuren is. Dat er een moment van ontdekking, van ontsluiting voor de deur staat. Dat gevoel heb ik bij de inspiratiedag ‘Monastiek Anders Missionair’ die op 18 februari in Zwolle wordt gehouden (www.monastiekandersmissionair.nl). De meeste mensen weten dat vele kloosters hun deuren sluiten omdat de broeders en zusters te oud worden en de gemeenschap niet meer verder kan. Dat er zulke nieuwe initiatieven bestaan als Nieuw Sion (en andere) is minder bekend. De inspiratiedag gaat daarover. Spannend, en nieuw.

Hoewel, nieuw? Dietrich Bonhoeffer zei driekwart eeuw geleden al:  “Het herstel van de kerk moet zeker komen van een nieuw soort monnikendom, dat met het oude slechts overeenkomt in zijn onvoorwaardelijkheid van een leven volgens de bergrede in navolging Van Christus. Ik denk dat het tijd is hiervoor mensen bijeen te brengen.” (Dietrich Bonhoeffer, Leven met elkander).

En toch houd ik dat gevoel…

Ben Lamoree

Share Button

Defragmentatie

De menselijke bestaanservaring is dat ons leven gefragmenteerd is. Dat geldt zeker voor de westerse mens. Waar God steeds meer in de marge verdwijnt, nemen de ‘namaakgoden’ (Keller) het over. En zo raken we uit een groter zins- en zijnsverband en wordt het steeds moeilijker de verschillende fragmenten van ons leven bijeen te houden. In het ondergaan van deze soms pijnlijke bestaanservaring kan het verlangen ontkiemen. Het verlangen naar heelheid, ondeelbaarheid, eenheid, verbondenheid. Het verlangen naar God.

Wie ons retraitecentrum De Spil binnengaat, komt als eerste een tekst van Augustinus tegen op de wand van de hal: Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U. Veel van onze retraitegasten komen binnen met een bepaalde onrust en met een – soms onbestemd – verlangen. Die onrust heeft vaak te maken met het jachtige en gefragmenteerde leven dat mensen leiden. Daarin zijn ze vaak iets kwijtgeraakt; zichzelf, God. Een retraite biedt de ruimte, rust en stilte die nodig is om te ontdekken welk verlangen er onder die onrust ligt en om gehoor te geven aan dat verlangen.

Wat er in een retraite vooral gebeurt is ‘vertraging’ en ‘ordening’. In deze beide processen neemt onze ‘kapel’ een cruciale plek in. Vertraging vindt daar plaats op verschillende wijzen, in een liturgie die deels ontleend is aan Taizé. De Bijbellezing wordt door de stilte die erop volgt een soort ‘lectio divina’, de verschillende stiltemomenten brengen de deelnemers terug bij zichzelf en bij God, het herhalen van liederen (vooral die uit Taizé) geeft de kans om tekst en melodie te laten indalen. Ook ordening vindt in de kapel plaats, bijvoorbeeld door de afbeelding van Jezus op het kruis. Jezus die op de as van het kruis zit en het brood deelt, temidden van een kring van mensen, dichtbij of verder weg van hem. Dit beeld roept als vanzelf de vraag op waar ik me zelf bevindt in die kring van mensen, in relatie tot Jezus. Een vraag die mijn leven in dit perspectief plaatst en daarmee mijn bestaan bij-een, bij de Ene brengt. De getijdengebeden zelf – drie keer per dag – ordenen ook het dagritme. Op de een of andere manier werkt dat heilzaam. Dat is ook mijn eigen ervaring, die niet alleen gevoed is in onze eigen kapel, maar door de jaren heen ook in Taizé, op Iona en tijdens kloosterverblijven.

Bij het nadenken over het thema van deze column kwam opeens het woord ‘defragmentatie’ bij me boven. Defragmentatie is het optimaliseren van de ordening van gegevens op een harde schijf van een computer, met als doel deze weer sneller te laten werken. Eigenlijk is een retraite ook een proces van defragmentatie, maar niet op de digitale manier van een computer. Er is wel sprake van ordening – bijvoorbeeld doordat het eigen bestaan in een nieuw perspectief komt te staan – , maar die heeft niet als doel ‘beter presteren’. Een retraite is wat anders dan ‘even mijn batterij opladen’. Wat ik bedoel met de overeenkomst tussen defragmentatie en wat er gebeurt in een retraite is prachtig verwoord in het gedicht Want alles is fragment van Abel Herzberg:

Al door het zeggen van het woord deelt men, scheidt men en schendt het alomvattende, dat men niet kent, dat ik aanwezig weet, of alleen maar vermoed, dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet, dat mij beheerst, dat mij te luisteren gebiedt. Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet.

Eén troost blijft: er is in ieder woord een woord dat tot het onuitspreekbare behoort; er is in ieder deel een deel van het ondeelbare geheel, gelijk in elke kus, hoe kort, het hele leven meegegeven wordt.

Egbert van der Stouw

Share Button

Volle kloosters en jonge monniken

Als vrijwilliger bij De Spil ben ik druk met gastvrijheid voor de gasten en de organisatie achter de schermen. Af en toe is het dan tijd om zelf op retraite te gaan, tijd af te zonderen om God te zoeken. Deze zomer ben ik, samen met twee volwassen zoons, vijf dagen op retraite geweest in een klooster hoog in de bergen van Armenië. Een bijzondere ervaring.
“Hoe kom je er bij om naar Armenië te gaan?” vroegen nogal wat mensen, ook de Armeniërs zelf. Armenië was het eerste land ter wereld dat in 301 na Christus het christendom als staatsgodsdienst aannam. Wat mij fascineerde is dat de kerstening van Armenië het gevolg is van het werk van de apostelen Thaddeus en Bartholomeus. Wat weten wij, westerse christenen, eigenlijk van het werk van de andere apostelen?

Reden om contact te leggen, via een kennis in de hoofdstad Jerevan, met het Tatev klooster hoog in de bergen in het zuiden van Armenië, niet ver van de Iraanse grens. De abt vond het een fascinerend idee dat niet-Armeniërs zijn klooster zouden willen bezoeken als pelgrims en stond het toe dat wij vijf dagen lang hun monnikenleven zouden delen. Eenmaal aangekomen in Tatev begon een onderdompeling in de Armeense kloostertraditie en het leven van moderne Armeense monniken. We vielen van de ene verbazing  in de andere.
De taal was een horde die genomen moest worden. De meeste Armeniërs spreken wel Russisch maar nauwelijks Engels. Gelukkig was er de jonge monnik Simon. Hij sprak redelijk goed Engels. Verder waren er naast de abt, Father Mikael, een diaken, zes andere jonge monniken tussen de 14 en 21 jaar oud en een tiental meisjes uit het dorp die als kerkkoor dagelijks in het klooster waren. Dit was onze grootste verrassing, dat een grote groep jonge mensen zich gemotiveerd weet voor een leven in het klooster. “Life in Yerevan is so superficial” zei Simon, 31 jaar oud, “Here I can be close to God every day”.

Een andere verrassing was dat Tatev, hoewel hoog in de bergen gelegen, veel bezoekers heeft. Dat komt door een kabelbaan die recent door een Armeense filantroop is gefinancierd. Zo komen er dagelijks honderden bezoekers het oude klooster bekijken en een kaarsje branden. Nu nog deels een ruïne, gaan de investeringen door, onder andere in de restoratie van de kloosterkerk en van de monnikencellen.

Het kloosterleven in Armenië is sterk aan het opleven. De 20e eeuw was een ramp voor Armenië. De genocide van 1915, het communistische regime daarna tot begin jaren 90 en een aantal verwoestende aardbevingen hadden het kloosterleven vrijwel geheel beëindigd. Nog maar acht jaar geleden begon Father Mikael in zijn eentje in Tatev met het vieren van de liturgie in de vervallen kloosterkerk. Nu is zijn klooster vol met monniken, pelgrims, koorzangeressen, ja zelfs Hollandse retraitanten. We merkten dat je over taalgrenzen heen met elkaar kunt bidden, elke dag uren lang.

Gezegend voelen we ons, dat we vijf dagen deelgenoot mochten zijn van het monnikenleven in het Tatev klooster. En ja, dat wakkert natuurlijk het verlangen aan om ook in ons land een nieuw kloosterleven te zien ontstaan, een nieuw elan. In Tatev hebben we gezien dat God slechts een enkeling nodig heeft die zichzelf opzij zet, om zulke dingen tot stand te brengen. Daarmee was het bezoek aan Tatev ook een appèl aan ons eigen hart. In hoeverre luisteren wij naar Gods stem die ons roept?

Wij zijn nog niet klaar met Tatev…

Ben Lamoree
ben@retraitecentrum.nl

Share Button

In stilte fluistert God jouw naam

In de voetsporen van Geert Groote, pelgrimage in de geest van de Moderne devotie.
Vijf dagen van verschillende ontmoetingen. Medepelgrims, gastgezinnen, geloofsgemeenschappen die je met liefde en hartelijkheid ontvingen. Een geschenk!

Tijdens het lopen, de vieringen en tussen gesprekken waren er perioden van intense stiltes. Lopen deed ik met het mantra: ‘Ik loop met God’. Tastend naar het steentje voor persoonlijke aandacht en zorg, een stil gebed. Het mogen leggen bij de paaskaars en altaar in de kerk van het Dominicaner klooster in Zwolle. In gebed mijn speciale zorgen toen toevertrouwen aan God.
De stilte in de uitbundig bloeiende natuur, het stromende water van de rivier De IJssel. Stilte na intense gesprekken.

Stilte tijdens en na indringende gesprekken met Mink de Vries, een boodschapper van de liefde van God voor iedereen. Pleitbezorger voor de navolging van Christus. Stiltes bij de brandende kaars met kruis, zegende Christus en het licht van opstanding en toekomst. De Taizé liederen en zachte muziek. In de groep mogen ervaren dat je mag zijn zoals je bent. Inspirerende teksten uit het boek ‘De navolging van Christus in jonge taal’, van Mink de Vries, bemoedigden mij. Dit kostbaar boek dat we als geschenk mee kregen voor inspiratie tijdens de pelgrimstocht.
De warmte en nabijheid van de groep, van gastgezinnen en mensen van kerken en kloosters heeft mij geraakt.

De Moderne devotie stimuleerde gemeenschapszin, soberheid, eenvoud, naastenliefde en zorg voor Gods schepping. Dankbaar ben ik dat voluit ervaren te hebben tijdens de pelgrimstocht van Deventer naar Zwolle. De Spil en allen, heel veel dank.

Vrede en alle goeds, Auke Steensma.

Share Button

God is tederheid

Dieu est tendresse. Dit is een regel uit het prachtige Taizé-lied Dieu ne peut que donner son amour. Dat God ‘tederheid’ is ervoer ik onlangs, toen ik aan het eind van de middag park Doornburgh inliep om even een moment alleen te zijn met mezelf en met God. Ik streek neer op een bankje bij één van de vijvers.

Ik zag het klooster liggen met zijn strakke, sobere uitstraling. Ervoor lag de ‘ijskelder’, een begroeid heuveltje met een door een ijzeren poort afgesloten ingang. Ineens kreeg ik de associatie met een ‘graftombe’, met de ‘graftuin’, met ‘verval en dood’. Ik moest denken aan de in het klooster levende zustergemeenschap, nu nog maar met z’n vijven, die het afgelopen jaar vier medezusters had moeten begraven. Menselijkerwijs moest dit wel uitlopen op een ‘sterfhuis’. Zou er nog toekomst zijn voor deze spirituele plek, waar ons retraitecentrum – toch niet zonder reden? – ruim een jaar geleden was neergestreken? Maar voor ik de kans kreeg om sombere gedachten met mij op de loop te laten gaan gebeurde er iets bijzonders, daar op dat bankje.

Want als vanzelf werd mijn blik getrokken naar de reusachtige oude bomen in het park. Zij waren er al lang voor het klooster zich hier vestigde. Zij hadden de opkomst, de bloeitijd en het afsterven ervan meegemaakt. En zie nou toch eens hoe al die bomen weer getooid waren met jong groen blad. Het leven barstte er uit alle takken en twijgen.

En daar kwamen twee duiven aangevlogen. Een paartje dat duidelijk bezig was met nestelen en nageslacht. Mijn blik draaide naar de vijver. Daar zwom een een meerkoetengezin, met vier jonge kinderen. En even verderop klom een eendenfamilie met zes jonge eendjes aan wal. Ik keek naar het weitje tegenover mij. Dartele lammeren rond rustig grazende schapen. Herkauwende koeien in het malse groene gras. Leven, overal waar ik keek!

Ik sloot mijn ogen en liet me beschijnen en verwarmen door de zon. En toen kwamen de woorden binnen: Dieu est tendresse. Woorden die eerder die dag in het kleine kapelletje van De Spil hadden geklonken, maar die ik nu kon voelen. De tederheid van God, die in warme zonnestralen en een zacht windje als een fluwelen hand over mijn gezicht streek. En ineens drong het tot me door. God is goed. God is trouw. God is leven. Hij laat niet los wat zijn hand begon. Hij zal ook toekomst scheppen voor deze plek, voor de zustergemeenschap en voor de Spil-gemeenschap.

Egbert van der Stouw

Share Button
Schaduw

Jezus loopt, in de ander, met je mee

Het is dinsdagochtend, de tocht gaat vandaag van Elburg naar Hierden.

We lopen op een dijk, zonder beschutting en het stormt… Niet een klein beetje maar echt serieuze windstoten van windkracht 9. Bij tijden in combinatie met een hagel of regenbui.  Het is enorm afzien, ik heb pijn en kan me met moeite staande houden in de storm. De wind komt van rechtsvoor. Vooruitkomen is een hele opgave, voetje voor voetje scharrel ik over de dijk, ik vlieg alle kanten op als ik niet uitkijk en ik stel mezelf een aantal vragen: “Wat heeft de pijn me te zeggen? En de regen? En de wind? Waarom doe ik dit? Voor wie?”

Ik kom er niet uit en begin de moed te verliezen.

Een medepelgrim komt naast me lopen, legt zijn hand even op mijn schouder en vraagt: “gaat het?” Ik schud mijn hoofd, ik moet toegeven dat het niet gaat. Hij is lang, ruim 2 meter en gaat rechts voor me lopen. Daar waar de wind vandaan komt. Hij maakt zich breed door zijn armen een beetje wijd te doen en strekt zich uit zodat hij nog een beetje langer is. Hij draait zich om en vraagt:”helpt dit?” Ik knik; ja dit helpt zeker! Hij zet me in de luwte en ik loop direct een stukje gemakkelijker. Hij loopt in een rustig tempo met stabiele stappen door. En blijft dat de hele ochtend doen.
Ineens ben ik geraakt en zie ik de metafoor; Jezus loopt daar rechts voor me, Hij houd me in de luwte. Hij loopt met me mee. Als ik even achterom kijk naar de anderen raak ik gelijk uit evenwicht, vlieg ik de berm in en moet ik alle zeilen bijzetten om weer in de luwte  te komen. Als ik op een gegeven moment vind dat ik het zelf wel weer kan en dus het tempo verhoog merk ik al snel dat het te zwaar is voor me en ik terug moet naar zijn tempo.

Ik houd mijn ogen op hem gericht en loop rustig door, Hij houd me in de luwte als ik dichtbij hem blijf en zijn tempo blijf volgen.

Nancy, deelneemster pelgrimstocht Willibrord 2015

Share Button
eenvoud

‘Een mens leeft niet van brood alleen…’

Ik schuif aan een eenvoudig gedekte tafel.

Zeven borden, zeven messen, zeven vorken en zeven glazen staan klaar voor de zeven mensen die vandaag in De Spil meelunchen. In het midden van de tafel staan twee manden met verschillende soorten brood, twee schaaltjes roomboter, twee kannen water en een schaal met druiven op een wit tafellaken.

Naast deze eenvoudige rijkdom aan voedsel heeft de gastvrouw ook een muziekstuk voor ons uitgekozen.

Luisterend naar de muziek eten we zwijgend ons brood.

Ik neem eerst een bolletje met roomboter. Het bolletje is verrassend lekker door de noten en rozijnen die bakker er in heeft gestopt. Ik eet er met smaak van. Het is heerlijk! Geen soberheid en eenvoudigheid te ontdekken aan dit broodbolletje.

Dan neem ik een bruine boterham met boter. Ook hier geniet ik van. Het is lang geleden dat ik zo bewust mijn brood geproefd heb. Eerlijk gezegd laat ik mijn brood vaak overheersen door het beleg dat ik er op doe.

Tenslotte neem ik nog een witte boterham met boter. Ook deze is verrassend smaakvol. Al etend van het witte brood realiseer me dat er duizenden mensen in de wereld zijn die blijer en dankbaarder zijn met één wit brood per dag, dan ik doorgaans met mijn zeer gevarieerde dagelijkse menu. Ik wordt er stil van. Dankbaarheid vervult mijn hart.

Onder het motto ‘Een mens leeft niet van brood alleen’ dekken we de lunchtafel in de Spil in de vastentijd met drie elementen (en soms nog eentje meer). Op deze dag was dat brood met boter, water en een schaal druiven. De eerste tien minuten van de lunch eten we in stilte, al dan niet luisterend naar muziek. Met enige schroom begonnen we er aan. Want is een eenvoudige, stille lunch met weinig keus wel gastvrij? Vinden de gasten het niet ongemakkelijk? Willen ze wel op deze manier stil staan bij de vastentijd en er aan meedoen, zonder dat ze dit vooraf aan hun bezoek wisten?

Als de muziek stopt, luister ik naar de reacties van de gasten. Ja, voor sommigen is het, net als voor mij, in het begin wat ongemakkelijk om zwijgend met elkaar te eten. Kijk je anderen, die je nog niet kent, aan? Waar richt je je blik op? Anderen genieten er juist van dat ze niets hoeven te zeggen en in stilte kunnen genieten van het samenzijn met medegasten, van het brood en van de muziek. De maaltijd zelf wordt niet als karig ervaren, maar eerder als rijk en smaakvol.

Minder blijkt meer…

Als ik twee uur later de supermarkt in loop, besluit ik wat er tot Pasen op mijn dagelijks ochtend- en middagmenu staat thuis. Twee boterhammen met alleen boter, een appel en thee.

En met dankbaarheid hoop ik mijn hart te voeden.

Aletta Eshuis, vrijwilliger in De Spil

Share Button